Listen live to Radio Arrow Classic Rock

PINKPOP FESTIVAL 2012

Landgraaf - Megaland 26 mei 2012 tot 28 mei 2012

En toen stond Lords Of Metal ineens op Pinkpop. Voor het eerst mochten we zelfs drie hele dagen komen van de heer Smeets. En hoewel het festival over het algemeen vaak eerder hoon en spot ten deel valt onder metalheads (die roze hoedjes, Krezip, om maar iets te noemen...) viel er ditmaal ook echt head te bangen. Tenminste, wat betreft de Zaterdag met Kyuss en de Zondag met Mastodon en Soundgarden. De maandag was het voor de harde muziekliefhebber wat behelpen. Wij zagen echter toch genoeg reden om met gevaar voor extreem gezichtsverlies het festivalterrein in Landgraaf te betreden. Immers, als we niet uitkeken zouden we zomaar een Gers Pardoel, Anouk, of god verhoede, Raccoon tegen het lijf lopen! Wij trokken dus maar ons meest open-minded schoenen aan en betraden de wereld van roze hoedjes, blije dagjesmensen en Bruce Springsteen fans op Nederlands oudste popfestival.

Door: Jasper

Zaterdag 26 mei

De eerste dag van Pinkpop heeft een beetje een valse start voor mij en mijn wederhelft. Ik zelf loop via de persingang binnen vijf minuten naar binnen zonder enige moeite, maar mijn vriendin wacht nog een vervelende verrassing bij de bezoekers ingang. Ons bij Tickmaster geserveerde kaartje stond namelijk niet op de lijst en dus kwam ze er niet in. Na een aantal verhitte telefoontjes met het hoofdkantoor en bijna twee uur (!) wachten waren we allebei direct al toe aan iets sterkers dan waterig festival bier en dan hadden we nog geen een van die ergerlijke roze hoedjes gezien...

Gelukkig waren we nog wel ruim op tijd voor de eerste echte reden om überhaupt als Lords Of Metal afgezant naar het woelige Zuiden af te dalen: Kyuss Lives!. Als puisterige, stiekem jointjes rokende puber verafgoodde ik deze Amerikaanse woestijnrockers die helaas al waren afgetaaid eer ik hun hele collectie bij elkaar kon sprokkelen. Ik werd dan ook erg blij van het bericht dat originele drummer Brant Bjork en zanger John Garcia de handen ineen hadden geslagen om het monster weer te laten herrijzen. Oorspronkelijk deed ook bassist Nick Oliveri nog mee, maar met die jammerlijke junkie zijn helaas geen afspraken te maken. Als pijnlijke (en wat mij betreft compleet onnodige) reminder dat het hier niet om een volledige reünie gaat wordt het korte tijd voor deze Europese tour duidelijk dat mede-oprichters gitarist Josh Homme en bassist Scott Reeder een rechtzaak aanspannen tegen Kyuss Lives! En de volgens hen onrechtmatig geleende bandnaam. Dat echter als een voetnoot bij het concert dat komen gaat. Want boeien al dat soort beslommeringen nou echt als je grijsgedraaide klassiekers als 'Thumb', 'Green Machine' en 'Freedom Run' live kunt meemaken? Vanavond niet. Verwacht geen spektakel van Kyuss. Garcia maakt zelfs opvallend weinig woorden vuil aan het publiek. Een publiek dat er hoofdzakelijk bij staat en ernaar kijkt, hoewel vlak voor het podium tijdens de wat meer uptempo nummers als 'Green Machine' en '100 Degrees' zelfs een klein pitje opbloeit. De echte stoner staat echter van een afstandje achterover geleund met de armen over elkaar en een dikke ketser op de lip te spacen op de beste stoner rock die de afgelopen twintig jaar heeft voortgebracht. Dat de band niet helemaal compleet meer is doet daar niets aan af. Muzikaal-technisch gezien is het een super strakke performance, qua show dus wat minder. Het is maar goed dat de aanstekelijke grijns van hippie Brant Bjork veel in beeld gebracht wordt, want zijn enthousiasme en geestdrift zijn wel erg leuk om te zien.



Nadat Kyuss ons even flink de oren uitspoot moeten we toch echt aan de Pinkpop-experience geloven. Pinkpop heeft een divers programma en zo kan het dus dat je vriendin je ineens meeneemt naar Asteroids Galaxy Tour, een Deens disco bandje dat je daarvoor alleen kende van een bier reclame. Op geen enkele manier te rijmen met welk aspect van Lords Of Metal dan ook, maar toch wel lekker op een zwoele zaterdagavond als deze. Na Kyuss is deze band op zijn eigen manier net zo psychedelisch met zijn wazige keyboards en foute disco beats. De oogverblindende glitterbroek van de blonde zangeres is een andere eye-catcher. Op een festival moet ook gegeten worden en dus strijken wij neer op het (nog) groene gras met een berg halflauwe loempia's terwijl Anouk aan haar set begint. Vanaf de eerste noot heeft ze het publiek mee, nogal een verschil met de eerste keer dat ze hier stond in 1998 toen ze bekogeld werd met eieren en noodgedwongen in haar BH het optreden afmaakte. Die tijden zijn duidelijk voorbij en het veld lijkt in plaats van alternatieve geesten vooral bevolkt te zijn door huisvrouwen. Huisvrouwen die om het hardst meebrullen met de ballads totdat wij ons eten nauwelijks nog binnen kunnen houden en hals over kop vertrekken naar het andere podium.



Op het kleine buiten podium kondigt Giel Beelen eerst nog de verkeerde band aan (Ben Howard) voordat het Britse The Ting Tings mag beginnen. Niet verklappen hoor, maar stiekem vind ik dit bandje erg leuk. Een drummer en een blond meisje die samen springerige rock-pop nummers maken die vanjelangzalzeleven niet meer uit je kop gaan. Tenminste, dat was het geval op debuut plaat 'We Started Nothing', maar daarna volgde helaas een stuk minder tweede album waar vanavond ook een hoop liedjes van gespeeld moeten worden. Het zal een euvel zijn waar meerdere acts deze Pinkpop editie last van hebben maar het zorgt direct voor een zeer wisselend optreden dat steeds inzakt bij de nieuwe nummers om weer op te leven bij het oude werk, met gelukkig wel weer een energieke versie van 'That's not my name' als afsluiter.



Naast de hardere bands die het affiche van Pinkpop sierden kwam ik toch ook zeker naar Landgraaf om de '80's helden van The Cure eens in levende lijve te aanschouwen. Of in de woorden van Evil dr. Smith veilig vanachter zijn beeldscherm op Facebook: “die beschminkte huilnicht van een Robert Smith”. Persoonlijk vindt ik echter vooral het vroege werk geweldig en de periode rond de eerste platen van The Cure, Talking Heads, Joy Division en The Smiths is wat mij betreft een van de beste en creatiefste in de popgeschiedenis. Een optreden van The Cure omvat echter meer dan slechts het vroege werk. Zoals Roberth Smith in een interview al zei: “we kunnen tegenwoordig kiezen uit zo'n 300 nummers” dus dat geeft nogal wat variatie. Vanavond spelen ze een monsterset van bijna twee uur met een setlist die het complete oeuvre omvat. Helaas gebeurt dit wat mij betreft op een stroperig tempo met veel te veel ruimte voor de ellenlange, uitwaaierende nummers van de late jaren '80/begin jaren '90 die het moeilijk maken om de aandacht vast te houden. Toffe lichtpuntjes vormen oude hits zoals 'A Forest' en 'Lovesong' maar je moest toch echt past wachten op de encore van een setlist met negenentwintig(!) liedjes om de grote hits als 'Close To Me', 'The Love Cats' en natuurlijk 'Boys Don't Cry' mee te maken. Het overgrote deel van het licht of zwaar beschonken en zonverbrande publiek lukte dat niet zonder ondertussen hier en daar wat in te dutten.



Zondag 27 mei

De zondag ochtend van ons Pinkpop avontuur begon met een Weizen biertje en Hungry Kids of Hungary. Vooral eigenlijk vanwege de debiele bandnaam. De muziek is helaas een stuk normaler, een beetje saai zelfs. Dit soort bandjes werden vroeger afgezeken door 3voor12 als ze London Calling openden. Nu staan ze op Pinkpop. Het moet allemaal kunnen, maar wij gaan maar eens naar het andere podium kijken. Waar de Duitse cowboys van The Boss Hoss er een heus western feestje aan het maken zijn. Met een mengeling van non-muzikale invloeden variërend van Karl May tot de Dukes of Hazard hangen deze Duitsers op aanstekelijke wijze de Zuidelijke Amerikaan uit. Hartstikke cultureel onverantwoord natuurlijk, maar dat is er juist zo goed aan. Het publiek gooit al “yeehaw!!!” roepend zijn petjes de lucht in en de tumbleweeds vliegen alle kanten uit als de eerste voetjes van de vloer gaan. Vooral de covers van 'Hey Ya'(Outkast), '7 Nation Army' (White Stripes) en 'Word Up' (Cameo, ook gecovered door Korn) doen het goed en zorgen voor een lach op de gezichten. Door de uitstraling, de branie en de ongecompliceerde dansbaarheid van The Boss Hoss verzorgen ze in ieder geval qua show zomaar een van de leukste concerten van het hele festival.



Moeten we het echt over Racoon hebben? Nou goed dan, alleen al omdat het zo lollig is ze op deze site te vermelden. Per ongeluk bleven we net iets te lang zitten op het grote veld (bier + 30 graden = luiheid) en dus waren we niet op tijd weg om Racoon te missen. Helaas voor ons was het leger huisvrouwen wel weer present en dus moesten we ons met een chagerijnige bakkes door een gevaarlijke horde meebrullende dagjesvrouwen heen worstelen om maar weg te komen van deze hemeltergende ellende. Ik begon me bijna af te vragen welke Sky Radio bagger dit nog zou kunnen overtreffen toen ik de naam Keane op het maandag programma zag staan. Dus...Mastodon dan maar?

Op het half-kokende asfalt voor het kleine buiten podium waar Mastodon zou gaan optreden ontwaar ik 3FM DJ Eric Corton, die met een cameraman nietsvermoedende vrouwelijke Pinkpoppers aan het bevragen is over Mastodon. Het aloude vooroordeel over vrouwen en metal wordt weer even bevestigd door frases als “mijn vriend sleurde me hier naartoe” of “ja, lekker hard!”. Corton's favoriete album is desgevraagd trouwens 'Leviathan'; smaak heeft 'ie blijkbaar toch. Mastodon zelf heb ik sinds de tour voor 'Leviathan' niet meer live gezien, dus ik was wel benieuwd wat ze er tegenwoordig van bakken. Vroeger kon je namelijk nog keihard beuken op nummers als 'March Of The Fire Ants', 'Sea Beast', of 'Crusher Destroyer'. Die spelen ze tegenwoordig helaas nauwelijks meer en de set leunt zwaar op het nieuwe album 'The Hunter' waarvan bijna alle nummers langs komen, zelfs het kabbelende 'The Creature Lives'. Qua ouder nummers wordt alleen 'Blood And Thunder' gespeelt, dat wat mij betreft wel ook direct het hoogtepunt van de set is. Knap is het wel hoe strak het bijna hitgevoelige 'Curl Of The Burl' klinkt, door het festival publiek braaf meegezongen in de refreinen. Ook opvallend is drummer Brann Dailor die foutloos al zijn partijen zingt terwijl hij ook nog eens drumt als een octopus. Na de band te hebben zien touren voor de eerste platen is het wel even wennen om dit Mastodon 2.0 aan het werk te zien. Maar net als bij 'The Hunter' is het een kwestie van even wennen om daarna tot de conclusie te komen dat het iets heel anders is, maar toch ook gewoon erg sterk.



De Britse wave-poppers van The Wombats hebben net als meerdere hip-pop collega's last van hun tweede plaat. Die is namelijk veel te sloom en serieus om aan te sluiten bij de aanstekelijke springerigheid van hitjes als 'Kill The Director' en natuurlijk afsluiter 'Let's Dance To Joy Division'. Met mijn eigen bandje speelden we destijds in het voorprogramma van een band die het jeugdige publiek volledig in de tang had. Band en publiek zijn nu beiden een beetje ouder geworden maar hoewel The Wombats nog steeds sympathie oogsten is de energie wel een stuk minder. Het zegt toch veel als het leukste aan een optreden een grap is van de drummer: “this song is short and thin, it's about our penisses”.

En dan het optreden waar ik het hele weekend naar had uitgekeken: de lang gehoopte maar eigenlijk niet meer verwachtte reünie van Soundgarden, een van de dinosauriërs uit het grunge tijdperk. Vroeger had ik alles van ze op bandjes, die ik met mijn Walkman grijs draaide op de fiets naar school. Melkmuil als ik ben begon het met 'Superunknown', om pas later de genialiteit van 'Badmotorfinger' te ontdekken. Vanavond spelen ze eigenlijk van alles wat, maar ligt het zwaartepunt uiteraard op die laatst genoemde parel. Twaalf klassiekers vuurt de band vanavond op het Pinkpop publiek af, plus het recente 'Live To Rise' van 'The Avengers' Soundtrack. Het is een gezapig pop-nummer dat er even keihard aan herinnert dat de Soundgarden van nu nooit meer de Soundgarden van toen zal worden. Het is echter ook het enige smetje op een verder weergaloos optreden met Chris Cornell in goede doen (geen showman, wel een magistrale zanger) en een spijkerhard maar helder geluid. Kijk, als je vriendin zelfs op 200 meter afstand nog met haar handen over haar oren en een pijnlijke grimas op het gezicht staat te luisteren, dan doe je als geluidsman iets goed, zeker op het brave Pinkpop. De setlist heeft een goede balans van harde en zachtere nummers, zonder dat het te overduidelijk leunt op makkelijke keuzes. Natuurlijk moet 'Jesus Christ Pose' gespeeld worden en uiteraard wordt het bij 'Black Hole Sun' duidelijk door de reacties van het publiek dat Soundgarden maar een echte hit heeft gehad, maar daar tussenin spelen ze wel ook mooi minder bekende tracks zoals mijn persoonlijke favoriet 'Fell On Black Days' en 'Room A Thousand Year Wide'. Bij 'Blow Up The Outside World' kijk ik om me heen naar de melige bende dertigers die met hun rug naar het podium flauwe grappen aan het maken zijn en schunnige dingen roepen naar te jonge meisjes. Het is een alledaags fenomeen, zeker bij de wat bekendere bands, maar ik blijf me eraan irriteren en dan pas komt de ware betekenis van de tekst pas goed bij me binnen: laat ze lekker verrotten met z'n allen. Ik sluit me af voor de dingen die er niet toe doen en geniet van een band die ik al wilde zien sinds ik begon met het luisteren naar harde muziek. De rest kan wat mij betreft allemaal exploderen, reünie of niet, dit pakken ze mij niet meer af.



Na dit geweldige stukje jeugdsentiment ben ik eigenlijk voldaan en klaar om te vertrekken. Wat kan hier nou nog tegenop? Meewarig loop ik langs de 3FM tent waar de drum 'n bass en dubstep van Chase and Status het veld laat trillen. Toch maar even kijken waar dat nou over gaat. Binnen is er zowaar een moshpit bezig die compleet uit de hand loopt bij een cover van Rage Against The Machine's 'Killing In The Name Of'. Stiekem best gaaf, al blijft het natuurlijk een monsterlijke verkrachting van het origineel...



Over verkrachting gesproken, Linkin Park sloot de dag af. Mijn plichtsbesef als trouwe Lord Of Metal dwong mij om nog even te blijven staan kijken hoe meneer Chester en zijn hiphoprockende kornuiten het grote podium overnemen. En hoewel mijn aversie tegen deze populaire Amerikanen en hun gelikte catchy deuntjes groot is moet ik toch toegeven dat ze het knap doen, zeker voor een band die toch al een tijdje terug haar grootste hits had. De grote hoeveelheid Linkin Park shirts verraadde van te voren al een beetje dat de band nog steeds leeft en dit optreden rechtvaardigt die populariteit. Uiterst professioneel en met een live show die met recht een show genoemd kan worden walst de band over de weide heen. Het is een machtsvertoon dat in schril contrast staat met de tot nu toe statische performances van Kyuss, Mastodon en Soundgarden. De muziek kan me nog steeds niet bekoren, maar mijn respect voor deze live performance hebben ze gewonnen.



Maandag 28 mei

Ik was van te voren eigenlijk niet van plan geweest om de Pinkpop Maandag nog te gaan meepakken. Mijn vriendin was al festivalmoe en gaf de pijp aan Maarten. En tja, wat heeft een metalhead nou te zoeken op een festival vol dagjesmensen waar de hardste band een stel jokers genaamd The Hives is en het bier een rijksdaalder per lauw bekertje kost? De oplossing voor beide problemen lag echter voor handen en is ook een typisch Nederlandse festivalgedachte: vind ergens goedkoper bier, laat jezelf vollopen en het probleem van de slechte muziek is ook vanzelf opgelost. En zo geschiedde. Achter het terrein in Landgraaf ligt een industrieterrein met een oud tankstation waar ze halve liters merkloos bier verkopen voor een Euro per stuk. De tent kent goede tijden met Pinksteren zeker op een dag wanneer alle andere winkels of te duur zijn of dicht. Wij laden rond 11 uur onze broeken vol met blikken tot ze er bijna van afzakken en begeven ons naar de wachtrij voor het terrein, die wij lang genoeg achtten om onze buit meester te maken. Dat blijkt echter tegen te vallen. De Hollandse efficiëntie en de braafheid van het Pinkpop Maandag-publiek zorgt ervoor dat de rij veel sneller slinkt dan gedacht. Wij besluiten mensen beleeft voor te laten gaan en proberen ondertussen tevergeefs een “wave” op gang te brengen. Dat is overduidelijk te vroeg voor dit legertje Bruce Springsteen fans, bovendien is iedereen braaf een watertje aan het lurken worden onze gare festivalkoppen glazig aangestaard. Waar is die festival spirit? Misschien vinden we 'm nog op de inmiddels lichtbruine weide.

Maar niet bij onze Brabantse vriend Gers Pardoel die ik alleen even noem in dit verslag om Horst te pesten en verder wijselijk links zal laten liggen. Het dansbare garage rock duo Blood Red Shoes lijkt er al een stuk meer op. Zelfs bij de onverbiddelijke hitte van dit Pinksterweekend zijn er nog genoeg voetjes te vinden die van de vloer willen voor deze hippe Britten. En waarom ook niet als de disco ritme's je om de oren vliegen ondersteund door scherpe gitaren en een zangeres om bij te zwijmelen. Het is dat ook deze band recentelijk besloot om een rustigere plaat op te nemen en hier ook live van te spelen, anders was het feest echt compleet geweest. Nu is het om de zoveel nummers even verplicht de band zien worstelen met hun inspiratie om daarna weer los te gaan op hitjes als 'You Bring Me Down' en het jumpy 'I Wish I Was Someone Better'. Een lekker heppiedepeppie begin van de dag.



Maar nu beginnen we wel serieus dorstig te worden bij de plus dertig graden die het de thermometer onderhand telt. En wat blijkt: de bar serveert geen gratis water! Zelfs met mijn beste acteertechnieken een zonnesteek veinzen levert nog geen druppel medeleven op. De enige hoop op een slokje uit de kraan zijn twee standjes van een goed doel met een rij van drie kwartier ervoor zodat we noodgedwongen maar weer aan het bier gaan met gevaar voor eigen lever. Nieuwe ouwe bluesheld Seasick Steve is dan al aan zijn set begonnen en hoewel de gerimpelde baas leuk kan pielen lijkt het podium veel te groot voor iemand die in rokerige ondergrondse jazz tenten zou moeten spelen. Laag bij de grond in het zonnetje is het echter prima bierdrinkmuziek.



Voor de opzwepende ska van The Specials lijkt het publiek het te heet te hebben. Loom worden hitjes als 'Rudy, A Message To You' aangehoord. Slechts een klein groepje Belgen en Nederlanders hebben de taak opgenomen er een feestje van te maken na eerst een Hollandse vredespijp gerookt te hebben. De Bruce Springsteen fans erom heen trekken een vies gezicht: “wiet? Heh, bah wat ordinair”. Gelukkig trekt het steeds groter worden de troepje er niets van aan en lijkt de festivalgeest toch nog te leven, zij het aan een beademingsapparaat. Het is aan de altijd blije Zweden van The Hives om iedereen een schop onder z'n kont te geven en weer wat leven in de brouwerij te brengen. Laat dat maar aan zanger “Howling” Pelle en zijn trawanten over! Nieuwe plaat 'Lex Hives' is weer prima en met voldoende hitjes op zak om zelfs het roze petjes publiek aan het springen te krijgen volgt een geslaagd optreden. Zoals The Hives eigenlijk alleen maar geslaagde optredens spelen, alleen al vanwege de geweldige over the top arrogantie van de podium presentatie. The Hives spelen elke gig alsof het hun laatste is, en zo hoort het ook. 'I Hate To Say I Told You So' en 'Tick Tick Boom' sluiten de set knallend af.



Na het explosieve feestje van The Hives was onze pijp wel leeg. Zeker na een paar nummertjes van de bravehendrikkenmuziek van Mumford and Sons. Waarom deze band zo ongelooflijk populair is ontgaat me compleet. Alles lijkt op elkaar en is even saai. Of zou het misschien liggen aan het feit dat er een daverende hoofpijn opkomt door het resultaat van een aantal uur achter elkaar bier tanken in de volle zon zonder de mogelijkheid om ergens even af te wisselen met een glaasje water? Who knows, maar wij zijn wel klaar met Pinkpop en Pinkpop met ons. En dat terwijl de act waar vandaag de meeste mensen op hebben zitten te wachten nog moet aantreden. Vaarwel Bruce, je was vast geweldig en je fans konden je waarschijnlijk wel zoenen, maar wij gaan ergens een glaasje kraanwater scoren en misschien een aspirientje of zeven.



Drie dagen Pinkpop en ik kwam als Lord Of Metal toch nooit helemaal van het “Englishman In New York” gevoel af. Zelfs toen Mastodon zijn gierende g-krachten op me losliet, of Soundgarden het optreden van mijn jeugd gaf. Het gevoel van euforie van een goed concert is misschien altijd groter als je het kan delen met gelijkgezinden en hoe vrolijk die roze hoedjes ook wiegen in de wind, dat zullen ze nooit worden. Desalniettemin heb ik genoten van het festivalgevoel en het weer, al moest ik soms diep graven naar de “spirit” bij anderen en bleek Jan Smeets te krenterig om op redelijke schaal gratis water uit te delen aan potentiële zonnesteek patiënten. En boven alles: dat ene optreden van Soundgarden. Dat pakt niemand mij meer af.

<< vorige volgende >>